Onze opdrachtgever (B) had een koopovereenkomst gesloten met verkoper A met betrekking tot een viertal woongebouwen. Onze opdrachtgever, een vastgoedhandelaar, had een verkoopovereenkomst gesloten met koper C. De in- en doorverkoop ging in twee fasen. De eerste fase werd met succes afgerond en onze opdrachtgever verdiende daarmee een bedrag van ongeveer van € 2,5 miljoen.

Dit bedrag werd ingezet als aanbetaling op de tweede fase. Daar ging het fout. Verkoper A leverde niet aan opdrachtgever B, maar rechtstreeks aan koper C en nam het standpunt in dat onze opdrachtgever zijn verplichtingen niet was nagekomen; dat daardoor schade was geleden en dat de aanbetaling daarvoor was aangewend.

Ook koper C nam dit standpunt in en maakte aanspraak op het bedrag dat al was aanbetaald. Door de rechtbank goed duidelijk te maken welke feiten zich precies hadden voorgedaan en wie wat wel of niet te verwijten viel, werd een vonnis behaald van maar liefst 27 pagina’s en waarin onze opdrachtgever het gelijk aan haar zijde kreeg.